Hervorming WCO

FaillietDe wet continuïteit ondernemingen (WCO) van 30 januari 2009 beoogt ondernemingen in moeilijkheden maximale kansen te geven om de moeilijkheden te overwinnen en de onderneming of een onderdeel ervan te redden. Op 26 maart 2013 werd in de Kamercommissie Handelsrecht het wetsontwerp tot aanpassing van de WCO besproken. Omdat er nog amenderingen dienen te gebeuren, zal de volledige stemming na de paasvakantie plaatsvinden. Deze aanpassingen waren noodzakelijk om de vele misbruiken van de WCO tegen te gaan. In de toekomst zal de WCO vooral die ondernemingen beschermen die een reëele kans op herstel hebben.

De krachtlijnen van het nieuwe wetsontwerp zijn de volgende:

1)       De preventie en opsporing van de ondernemingen in moeilijkheden wordt verduidelijkt. Het wordt bijvoorbeeld mogelijk voor boekhouders, accountants en belastingadviseurs om de rechtbank in te lichten van de eventuele moeilijkheden die de continuïteit van het bedrijf in het gevaar brengen. Tevens kan de rechtbank met deze externe adviseurs overleggen in het kader van een aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie.

2)      Er komt een verduidelijking van bepaalde concepten en bepaalde procedureregels. Zo bijvoorbeeld:

moet de schuldenaar in de toekomst alle bewijsmateriaal voegen bij zijn aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie;
wordt er verduidelijkt hoe een schuldeiser kan tussenkomen in de procedure;
wordt er verduidelijkt hoe een beroep kan worden ingesteld tegen een beslissing tot homologatie.

3)      De toegang tot het dossier wordt verbeterd (door het opmaken van een elektronisch dossier)* en men poogt de schuldeisers (in het bijzonder van de werknemers) beter te beschermen. Zo kan de rechtbank bevelen dat de schuldenaar zijn lijst van schuldeisers van tijd tot tijd dient bij te werken en moet de schuldenaar elke eventuele opmerking van haar schuldeisers meedelen aan de rechtbank.

4)      Er worden maatregelen genomen om de ongepaste of bedrieglijke aanvragen tegen te gaan. Zo bijvoorbeeld:

moeten de openbare schuldeisers die over een algemeen voorrecht genieten op dezelfde manier worden behandeld als de gewone schuldeisers in de opschorting (tenzij er een strikte rechtvaardiging is);
moet het plan voor alle schuldeisers een betalingsvoorstel bevatten dat niet minder dan 15 procent van het bedrag van de schuldvordering bedraagt;
kan het plan geen vermindering of kwijtschelding bevatten van de schuldvorderingen die ontstaan zijn uit de arbeidsprestaties die verricht zijn voor de opening van de procedure;  kan het plan niet voorzien in een vermindering of kwijtschelding van penale boeten.
Ook kan de rechtbank het plan weigeren wanneer het de openbare orde schendt of omdat het discriminerend is.

WCO – gerechtelijke procedure

De procedure gerechtelijke reorganisatie werd door de wetgever opgevat vanuit de optiek dat bij de opening van de procedure de ondernemer verschillende keuzes kan maken en de overschakeling van de ene keuze naar de andere vlot moet verlopen.

De doelstelling van de procedure rechterlijke reorganisatie kan zijn :
– het sluiten van een minnelijk akkoord met een of meerdere schuldeisers
– het sluiten van een collectief akkoord
– de overdracht van het geheel of een deel van de onderneming onder rechterlijk gezag.

De procedure is dus opgevat als een portaal waarbij aan de ondernemer verschillende opties ter beschikking worden gesteld voor het doorvoeren van een reorganisatie. Eens de procedure geopend kan er niet meer worden uitgevoerd.

Opening van de procedure is mogelijk zodra de continuïteit van de onderneming onmiddellijk of op termijn bedreigd is. Een oplossing dient er nog niet te zijn. De goede trouw is niet langer een voorwaarde voor de procedure te openen.

De staat van faillissement sluit niet uit dat de procedure kan worden geopend. Vanuit het oogpunt van waardebehoud kan men dus ook een virtueel failliete onderneming toelaten tot de reorganisatie, al was het maar om een onderdeel ervan via overdracht in going concern te behouden. De procedure wordt ingeleid door een verzoekschrift aan de rechtbank ondertekend door de schuldenaar of door zijn advocaat.

De wetgever somt de stukken op die bij het verzoekschrift dienen te worden gevoegd. Voor sommige stukken echter is de neerlegging later mogelijk, binnen de veertien dagen van het verzoekschrift. De voorzitter van de rechtbank wijst onmiddellijk na de neerlegging van het verzoek een gedelegeerd rechter aan een beroepsmagistraat, de Voorzitter uitgezonderd of een rechter in handelszaken.

De eerste opdracht van deze rechter bestaat erin om bij de rechtbank verslag uit te brengen over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van het verzoek en over elk element dat nuttig is voor de beoordeling. De rechtbank behandelt de zaak in raadkamer binnen de 10 dagen na neerlegging van het verzoek.

Indien de voorwaarden tot opening van de procedure vervuld zijn verklaart de rechtbank procedure van gerechtelijke reorganisatie geopend en bepaalt ze de duur van de opschorting, die niet langer mag zijn dan zes maanden. Alhoewel bijstand niet verplicht is, is het toch aan te raden dat de ondernemer zich laat bijstaan zowel op juridisch vlak als op het vlak van boekhouding om begeleid te worden en de juiste keuzes te maken.

Buiten elke procedure om heeft de nieuwe wet ook nog andere mogelijkheden ingevoerd om de redding van de onderneming in moeilijkheden te vergemakkelijken. Op verzoek van de schuldenaar kan de voorzitter van de rechtbank ook een ondernemingsbemiddelaar aanstellen, om de reorganisatie van de onderneming te vergemakkelijken.

Wanneer kennelijke en grove tekortkomingen van de schuldenaar of van zijn organen de continuïteit van de onderneming in gevaar brengen en de gevraagde maatregel van die aard is dat ze de continuïteit kan vrijwaren, kan de voorzitter van de rechtbank op verzoek van elke belanghebbende, ingesteld volgens de vormen van het kortgeding één of meer gerechtsmandatarissen aanstellen.

De schuldenaar kan ook aan al zijn schuldeisers of aan twee of meer onder hen een minnelijk akkoord voorstellen met het oog op de gezondmaking van zijn financiële toestand of de reorganisatie van zijn onderneming en dit buiten elke procedure om. De partijen bepalen vrij de inhoud van dit akkoord dat derden niet bindt. De neerlegging van dergelijk akkoord ter griffie van de rechtbank beschermt het in zekere mate bij een later faillissement.

Bron: www.abyarno.be